Zijn Wajongers wel duurzaam te plaatsen?

Wajongers willen vaak graag werken. Maar het valt niet altijd mee een geschikte functie voor ze te vinden. En zelfs als dat lukt, is succes op lange termijn niet verzekerd. Hoe zorg je voor duurzame plaatsing?

Een Wajonger werkt op een productiebedrijf. Tot ieders tevredenheid. Maar dan slaat de crisis toe en het bedrijf ziet zich geconfronteerd met een scherp afnemende vraag. Dat heeft consequenties, ook voor de Wajonger: om niet op straat te belanden, moet hij overschakelen naar een andere functie. Helaas, de man lijdt aan autisme, en bovendien heeft hij een IQ van 60. Hij kan dus absoluut niet omgaan met veranderingen, en het is ook niet uit te leggen waarom die noodzakelijk zijn.

Een artikel over de re-integratie van Wajongers kent vaak een positieve boodschap. Het zijn gemotiveerde krachten, en bovendien loopt de werkgever geen risico's: die kan immers gebruik maken van allerlei subsidies. Die boodschap klopt. Maar spreek met werkgevers en jobcoaches en u hoort ook een andere kant. Het is erg lastig om voor deze mensen een geschikte functie te vinden. En zelfs als dat lukt, hebben ze veel aandacht nodig. “De meeste werkgevers doen dit uit idealisme”, zegt Peter van Otichem, secretaris van de Beroepsvereniging voor Jobcoaches. “Als de directeur een familielid heeft met een verstandelijke beperking, wordt het plaatsen een stuk gemakkelijker.”

Schulden
Volgens Van Otichem vinden Wajongers het vaak lastig met hun problemen om te gaan. “Wat je bij deze groep vaak ziet, zijn schulden. Natuurlijk, daar kunnen jij en ik ook mee te maken krijgen, en dan moeten wij tijdens het werk ook allerlei instanties gaan bellen. Maar wij zijn verstandig genoeg om ons te blijven concentreren op het werk. Wij zullen bijvoorbeeld niet zomaar naar huis gaan. Echter, veel van mijn cliënten hebben een IQ van rond de 60, en wat me opvalt is dat ze relatief laat gaan puberen, soms zelfs als ze begin 20 zijn. Dat maakt ze emotioneel natuurlijk erg instabiel. En als er ook in het werk veranderingen plaatsvinden, wordt het vaak te veel.”

Dus is het bijzonder belangrijk dat de cliënt precies in de juiste functie terechtkomt. “Eerst kijk ik naar de bedrijfscultuur”, zegt Van Otichem. “Is die wel geschikt voor een duurzame plaatsing? Veel van mijn cliënten, vooral diegenen in het autistisch spectrum, nemen alle opmerkingen letterlijk. Ook de suggestieve grappen in de kantine. Nee, je kunt de humor op de werkvloer niet verbieden, maar ik wil wel zien dat de toekomstige collega's bereid zijn om zich aan te passen. Dat ze, met mijn cliënt in de buurt, die ene grap nu net niet maken.”

Schaafsel
De juiste functie dus. En dat is vaak een functie die nog niet bestaat. Als Van Otichem een cliënt wil plaatsen, kijkt hij eerst scherp naar de werkzaamheden die bij het bedrijf worden uitgeoefend. “Heel vaak kun je een nieuwe functie creëren door oude op te splitsen. In een meubelmakerij produceer je bijvoorbeeld heel veel schaafsel. Normaal ruimen de mensen dat zelf op. Maar dat kun je prima uitbesteden aan Wajongers: dat is goed afgebakend werk voor hen, en het scheelt de collega’s veel tijd.”

De juiste functie kan er zelfs voor zorgen dat een stoornis wordt omgezet in een voordeel. Luister naar Petra Dam, arbeidsdeskundige bij AtWork Jobcoaching: “Iemand met een dwangneurose wil continu het zelfde werk doen, en voor bepaalde fabrieksmatige beroepen is dat bijna een functie-eis. En autisten, die zijn heel trouw en precies. Een cliënt van me controleert de hele dag of pakken melk al dan niet over de datum zijn. Jij en ik zouden daar misschien wel wat steken bij laten vallen - hij nooit.”

En als de nadelen toch wat meer in het oog lopen? Dan is het volgens haar essentieel om contact te houden. Niet alleen met de cliënten - “Ik probeer voortdurend te werken aan mijn relatie met hen: ze kunnen mij altijd overal over bellen.” - maar ook met werkgevers. “Ik heb eens een cliënt geplaatst die nauwelijks kon lezen of schrijven. Bovendien dacht hij erg zwart-wit, en lag hij regelmatig met iedereen overhoop. De eerste reactie van de werkgever was: wegwezen jij. Maar door voortdurend met hem in gesprek te blijven, kon ik hem overhalen om die jongen steeds weer een nieuwe kans te geven. Het heeft veel pijn en moeite gekost, maar nu is hij duidelijk gegroeid in zijn werk.” 

Verandering
Maar wat als het werk opeens verandert? En de cliënt daar moeilijk mee om kan gaan? Roeland van Engen, directeur van CombiGoods BV, maakt het regelmatig mee. Zijn bedrijf heeft vrijwel uitsluitend Wajongers in dienst, ook met een autistische stoornis. “Wat wij die mensen proberen te bieden is een vast aanspreekpunt, een collega bij wie ze altijd terecht kunnen. En als zo iemand een andere baan krijgt, zullen we de nadruk leggen op datgene wat constant blijft. Ja, Pieter is weg, maar Kees, Suzanne, Jan, en Gerard, die zijn er allemaal nog wel.”

Bron: AD magazine