Toch bleven sommige spanningsmomenten ongrijpbaar. Daarom startte het team met een HUME-traject. HUME is een systeem dat spanning meet via een kleine sensor, bijvoorbeeld in een armband of een sok. De sensor registreert lichamelijke signalen zoals hartslag. Door die data te combineren met observaties van het team, ontstaat meer inzicht in wat iemand spannend, prettig of juist onveilig vindt. Ook als die persoon dat zelf niet kan vertellen.
"Hij is nu minder escalerend, omdat we beter begrijpen wat hij nodig heeft,” vertelt Karin van Grunsven-Koppenrade, dienstverleningscoördinator bij locatie Rootven.
Kleine verschillen, groot effect
Hoewel hij de sok met sensoren niet accepteerde, kon de meting toch doorgaan met alleen een hartslagsensor. Dat leverde al snel waardevolle inzichten op.
Zo zag het team dat hij na een buitenactiviteit graag nog even blijft luisteren naar de geluiden om zich heen, in plaats van meteen mee naar binnen te gaan. Voorheen werd dan vaak aangedrongen, nu krijgt hij daar de tijd voor.
Ook bleek dat het moment waarop hij zijn tablet moest inleveren, steevast zorgde voor een piek in spanning. Dankzij de inzichten uit het HUME-traject kan het team hem nu op tijd een alternatief aanbieden dat hij echt leuk vindt. Daardoor blijft hij rustiger.
Verder werd duidelijk op welke dagen zijn spanning hoger is, bijvoorbeeld als er veel andere cliënten thuis zijn. Maar ook wanneer hij juist ontspannen is: na een wandeling of tijdens een bezoek van zijn ouders. “We hebben veel beter zicht gekregen op wie hij eigenlijk is. En dat terwijl we dachten dat we hem al heel goed kenden. Ik werk al 15 jaar met hem, maar dit maakt het echt specifieker.”
Samen kijken, samen begrijpen
Het succes van het traject zat niet alleen in de technologie, maar vooral in de samenwerking. Samen met de gedragsdeskundige en casemanager sprak het team vooraf af op welke momenten ze extra goed wilden letten. Bijvoorbeeld tijdens het wandelen, tv-kijken of als zijn ouders op bezoek kwamen.
Al die observaties kregen een label, zodat ze achteraf gekoppeld konden worden aan de gemeten spanning. Elke drie weken bespraken ze samen wat opviel: wat gaf rust? Wat leidde juist tot onrust? Zo werd het beeld steeds helderder. Karin legt uit: “We hebben écht goed gelabeld met het hele team. Dat vraagt wat van je, maar je krijgt er veel voor terug.”
Die aanpak leverde meer rust op. Voor hem, omdat hij zich beter begrepen voelt. En voor het team, omdat ze zien waar onrust vandaan komt én hoe ze het kunnen voorkomen. Soms zit het verschil in iets kleins. Maar dat kleine maakt alles anders.