“Dit is mijn huisje. Hier hoor ik.”
Zes maanden geleden verhuisde Nick naar Risselthof in Horst, de nieuwe locatie van Dichterbij. Voor het eerst heeft hij een appartement helemaal voor zichzelf. Dat was in het begin spannend, maar inmiddels voelt het als zijn plek.
De verhuizing: loslaten en durven
“Mijn ouders hebben alles geregeld. Zelf ben ik op de dag van de verhuizing gaan fietsen naar Venray om afleiding te zoeken. Ik was te zenuwachtig om erbij te zijn. Mijn ouders hebben mijn meubels neergezet zoals zij het hadden bedacht. En dat was goed, ik heb het helemaal losgelaten.
Twee weken voor de verhuizing had ik al hulp gevraagd. Mijn gedragskundige kwam extra langs en er kwamen meer contactmomenten. Dat heeft écht geholpen.”
Die eerste nacht sliep hij nauwelijks. “De geluiden, de nieuwe plek. Maar in de derde nacht ging het goed."
Mijn eigen plek, mijn eigen regels
Nick straalt als hij vertelt over zijn appartement. “Ik had eerst alleen een klein kamertje, zonder eigen wc of douche. Nu heb ik alles zelf. En de begeleiding? Die belt netjes aan. Geen geklop meer op mijn deur, dat voelt veel fijner.”
Hij heeft zelfs een ‘niet storen’-bordje aan de deur, net als in een hotel. En in zijn woonkamer staan twee bijzondere treinstoelen. “Die komen uit een oude Koploper. Mijn ouders hebben ze gekocht op een veiling. Ze stonden eerst drie maanden bij hen thuis, totdat ik hierheen verhuisde.”
T-shirts, treinen en koffie
Nick is gek op treinen én op koffie. Als hij in het weekend met de trein reist - zijn grote hobby - hoort daar een goede kop koffie bij. “Dat hoort er gewoon bij.” Nick heeft zelf een barista diploma en kan mooie latte art maken.
Hij reist meestal alleen, maakt onderweg foto’s met een statief voor zijn socialmediakanalen én draagt altijd een T-shirt dat bij de week past. “Ik heb shirts voor even weken, oneven weken en speciale gelegenheden. Vandaag draag ik een special: mijn ouders zijn 34 jaar getrouwd!”
Thuis is hij apetrots op zijn koffiemachine. “Ik zag hem bij de Hanos, mijn droomapparaat. Mijn ouders hebben me ermee verrast. Nu drink ik elke ochtend koffie uit m’n eigen machine.”
Werk dat goed voelt
Nick werkt vier dagen per week in het restaurant van Risselthof. “Ik doe afwas, zet koffie en wissel de GFT-emmers om. Vooral die emmers vind ik leuk, want dan kom ik overal in het gebouw en heb ik contact met iedereen. Dat vind ik het allerleukste: het contact met anderen.”
Zijn werktijden zijn flexibel, maar volgen wel een terugkerend weekschema. “We zoeken samen wat bij mij past. En dat lukt goed.” Zo blijft er ook genoeg ruimte over voor zijn hobby’s: treinen én koffie.
Wennen met hulp
Wennen aan Risselthof kostte tijd. “Drie maanden,” zegt Nick. “Vooral de manier van begeleiden was anders. En ik heb nu eenmaal veel structuur nodig, dat hoort bij mijn autisme.” Gelukkig bleef die structuur grotendeels hetzelfde. “Ik eet nu wel vaker in mijn appartement, dat geeft me rust.”
Wat hem echt heeft geholpen, is praten. “Met begeleiders, mijn gedragskundige en natuurlijk met mijn ouders. Praten helpt mij om dingen op een rijtje te zetten.” Ook psychomotorische therapie (PMT) heeft hem geholpen. “Daar leerde ik ontspannen, grenzen aangeven en hulp vragen. Het heeft me sterker gemaakt.”
Een half jaar thuis: met friet en een glimlach
Zijn eerste halfjaar op Risselthof vierde Nick op zijn eigen manier. “Zondagavond heb ik frietjes gehaald bij de cafetaria. Normaal eet ik die in het restaurant, maar nu wilde ik ze thuis eten. Gewoon, op mijn eigen stoel.”
Dat ging niet helemaal zonder moeite. “Ik moest ze een beetje stiekem naar binnen smokkelen,” zegt hij lachend. “Er wonen hier ook mensen die daar last van kunnen krijgen.”
Hij stuurde trots een foto naar zijn gedragskundige. “Die vond het super. Voor mij voelde het als een feestje.”
Dit is mijn thuis
Nick woonde zeven jaar op een andere plek. Maar echt thuis voelde hij zich daar nooit. “Mijn ouders waren mijn thuis."
Sinds hij op Risselthof woont, is dat veranderd. “Hier voel ik me voor het eerst écht thuis. Ik heb mijn eigen spullen en mijn eigen plek. Dat maakt veel uit.”
Hij merkt dat hij rustiger is geworden. Meer zichzelf. “En weet je?” zegt hij met een glimlach.“Dit is mijn huisje. Hier hoor ik.”
- Deel deze pagina:
-
-
-
-