Grensoverschrijdend gedrag beter begrijpen
Goede ondersteuning begint bij begrijpen wat iemand nodig heeft en waarom iemand bepaald gedrag laat zien. Door goed te kijken en te luisteren, kunnen begeleiders beter aansluiten bij de persoon en de situatie.
Mensen met een licht verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid laten soms gedrag zien dat voor henzelf of voor anderen lastig is. Dit noemen we grensoverschrijdend gedrag, zoals agressie, zelfbeschadiging of seksueel ongepast gedrag. Om hier goed mee om te gaan, is het belangrijk om te weten wat de oorzaken zijn. Er zijn nog weinig instrumenten beschikbaar om dit gedrag in kaart te brengen. Daarbij is niet alleen het perspectief van begeleiders belangrijk, maar juist ook dat van de persoon zelf.
In haar promotieonderzoek bracht Kim van den Bogaard grensoverschrijdend gedrag in kaart vanuit beide perspectieven. Deze inzichten helpen om begeleiding en behandeling beter af te stemmen op mensen met een licht verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid.
Wat is onderzocht?
Het onderzoek richtte zich op drie vormen van grensoverschrijdend gedrag: agressie, zelfbeschadiging en seksueel ongepast gedrag. Van den Bogaard onderzocht wat hierover al bekend is en sprak met mensen met een licht verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid én met hun begeleiders. In de gesprekken is er gevraagd naar de redenen achter het gedrag.
Daarnaast gebruikten begeleiders speciale observatielijsten. Met deze lijsten brachten zij in kaart wat er gebeurt vóór, tijdens en na het grensoverschrijdende gedrag. Deze lijsten zijn speciaal ontwikkeld voor deze doelgroep.
Wat zijn de conclusies?
- Uit het onderzoek blijkt dat het grootste deel van het grensoverschrijdende gedrag voorkomt bij een relatief kleine groep mensen. Ook blijkt dat begeleiders niet altijd goed weten waarom iemand dit gedrag laat zien. Daarbij werd ook duidelijk dat begeleiders en cliënten soms anders kijken naar de oorzaken van grensoverschrijdend gedrag.
- Begeleiders noemen vaak oorzaken die moeilijk te veranderen zijn, zoals het niveau van functioneren van de cliënt. Mensen met een licht verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid noemen naast persoonlijke kenmerken ook factoren uit hun omgeving. Denk aan contact met anderen of gebeurtenissen in hun dagelijks leven. Deze oorzaken zijn vaak wél te beïnvloeden en bieden handvatten voor interventies.
- De observatielijsten helpen begeleiders om beter zicht te krijgen op het gedrag. Ze laten zien wat de aanleiding is en of een aanpak werkt om het gedrag te verminderen. Daarnaast kunnen de observatielijsten ook gebruikt worden om na te gaan of ingezette interventies er inderdaad voor zorgen dat iemand minder grensoverschrijdend gedrag vertoont.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Het onderzoek laat zien dat het belangrijk is om zowel begeleiders als de mensen met een licht verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid te betrekken bij het begrijpen van grensoverschrijdend gedrag. Op basis hiervan kunnen er passende interventies worden ingezet en kunnen betrokkenen beter worden ondersteund.
Van den Bogaard adviseert om begeleiding en behandeling vooral te richten op de kleine groep mensen die vaker grensoverschrijdend gedrag laat zien. Daarbij is het belangrijk om standaard te vragen naar hun eigen kijk op het gedrag. Zo kunnen begeleiders gerichter werken en mensen met een licht verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid beter ondersteunen.
- Deel deze pagina:
-
-
-
-