Moeders Brigitta en Elselien over hun jongens Marijn en Geert
Brigitta (62) en Elselien (60) hebben allebei een zoon met een verstandelijke beperking. De mannen - Marijn en Geert - zijn allebei 25 jaar en ze volgen samen belevingsgerichte dagbesteding bij ’t Veld in Uden. Ze kennen elkaar al hun hele leven. Hun moeders hebben inmiddels ook een hechte band opgebouwd. “Je deelt iets met elkaar dat niet veel mensen kennen. Dan trek je automatisch naar elkaar toe.”
Brigitta, kun je vertellen over Marijn?
Brigitta: “Marijn is mijn oudste zoon. Toen ik 32 weken zwanger was, kreeg ik zwangerschapsvergiftiging. Dat is een levensbedreigende ziekte voor moeder en baby. De gynaecoloog besloot om Marijn onmiddellijk te halen en hem op te nemen op de kinder IC van het Maxima ziekenhuis in Veldhoven. Marijn werd gezond geboren en we konden ons geluk niet op.
Maar na 6 weken kreeg hij een bacterie in zijn darmen. Dat ging van kwaad tot erger en hij moest geopereerd worden. De nacht na zijn operatie zakte hij weg en moest hij langdurig gereanimeerd worden. Achteraf bleek dat hij ernstige hersenschade had opgelopen. Marijn zit in een rolstoel. Ook is hij blind en kan hij niet praten. Maar het is een fantastische jongen. Hij is lief en vrolijk en houdt ontzettend van knuffelen. Als hij hoort dat ik dichtbij ben, pakt hij mijn arm voor een omhelzing. Verder houdt hij van paardrijden, dat doet hij liggend. En hij is dol op zwemmen.”
Elselien, wat is Geert voor jongen?
Elselien: “Geert is bij ons de jongste, hij heeft nog een oudere broer en zus. Toen hij vier maanden oud was, kreeg hij te maken met aanvallen. Het bleek epilepsie te zijn. Dat ging van kwaad tot erger, het was vreselijk om te zien. Nachten zat ik naast zijn bed. Uiteindelijk werd er medicatie gevonden die aansloeg. Dat deed hem zoveel goed. Geert kon eigenlijk alleen maar liggen, maar plots zat hij - hij was toen drie jaar - rechtop in bed. Ongelooflijk! En toen hij vijf jaar was, leerde hij lopen. Dat moment vergeet ik nooit meer. De thuiszorg was er en zei: ‘loop maar naar opa’. En daar ging Geert, ik krijg nog kippenvel als ik daaraan denk. Inmiddels is Geert een grote man geworden. Hij loopt soms als de voorzitter van de fanfare door het huis. Hij heeft altijd goede zin en is ontzettend vrolijk. Hij vindt het heerlijk om te zwemmen en is dol op muziek.”
Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?
Brigitta: “Toen Marijn 2,5 jaar was, ging hij twee dagen per week naar Int Corenvelt, een orthopedisch kindercentrum van Dichterbij in Veghel. Ik wilde dat hij net als andere kinderen van zijn leeftijd gewoon naar de kinderopvang zou gaan.”
Elselien: “En Geert ging ook. Zo hebben we elkaar leren kennen. Wat we gemeenschappelijk hebben? Wij willen dat onze jongens zo normaal mogelijk mee kunnen doen, toch Brigitta?”
Brigitta: “Dat klopt. En niet tegen beter weten in, hoor. Maar als het kan, dan kan het.”
Jullie hebben allebei nog twee andere kinderen. Hoe was het voor hen om een broer met een verstandelijke beperking te hebben?
Brigitta: “Voor hen is het normaal. Zij hebben Marijn helemaal geaccepteerd en ze zijn er altijd voor hem. Hij hoort er gewoon bij. Samen met mijn man hebben we vroeger heel secuur de tijd verdeeld tussen onze kinderen. Als Marijn ging logeren, dan gingen we het weekend leuke dingen doen met de andere kinderen. Zodat zij ook de aandacht kregen die ze verdienden.”
Elselien: “De broer en zus van Geert zijn dol op hem. Als ik ze op school ging ophalen, dan kreeg Geert de eerste knuffel en dan ik pas, haha! Ik heb mij wel vaak afgevraagd of zij aandacht te kort kwamen. Daar heb ik het de laatste tijd wel eens met ze over gehad. Ze zeggen van niet en begrijpen heel goed dat Geert soms meer zorg nodig had. Ik vind het bijzonder om te zien hoe zij daarmee omgaan.”
Hebben jullie weleens te maken gehad met vooroordelen?
Elselien: “Mijn omgeving heeft ons altijd fantastisch gesteund. Soms loop je tegen dingen aan. Zo wilde ik graag dat Geert het vormsel zou doen. Dat kon eigenlijk niet, want dat moeten kinderen min of meer zelf kunnen beslissen en dat kan Geert niet. Ik wilde dit graag voor alle drie onze kinderen. Ik heb de pastoor toen uitgelegd dat ik veel steun aan mijn geloof heb op de moeilijke en levensbedreigende momenten met Geert. Dat ik graag wil dat er iemand is die op hem let, die zorgt dat hij altijd de juiste mensen op zijn pad krijgt, ook als zijn ouders er niet meer zijn, zodat hij gelukkig kan zijn. Dat raakte de pastoor. Uiteindelijk heeft Geert samen met Bart en Anne zijn vormsel gedaan en het was prachtig!”
Brigitta: “Ja, vaak is het onbekendheid waardoor mensen vreemde dingen zeggen. Wat mij erg raakte, is dat iemand ooit zei: “Maak je niet zo druk. Het gaat toch wel weer over?”
Meer lezen?
Dit artikel is verschenen in WIJ Magazine.
Dat is een blad voor verwanten en cliënten van Dichterbij.
Je kunt daar het hele artikel lezen.
Lees WIJ Magazine
Lees meer- Deel deze pagina:
-
-
-
-